Altijd te laat

Ik ben van nature ‘niet zo punctueel’. Dat is eigenlijk een aardige manier om te zeggen dat ik vaak te laat kom. Meestal niet dramatisch veel te laat hoor, een paar minuutjes maar. Maar wel zo consistent, dat het label van ‘laatkomer’ al zolang ik me kan herinneren aan mij kleeft.
Dit heeft in mijn leven al vaak tot ergernis geleid, bij anderen, maar zeker ook bij mezelf. Want ook al voorzag ik meestal wel dat ik te laat ging komen, en probeerde ik er iets aan te doen, dan nog gebeurde het uiteindelijk tóch weer dat ik te laat thuis vertrok, me heel erg moest haasten, en dan na een stressvolle rit gestresst, geïrriteerd over mezelf, en alsnog te laat aankwam op mijn bestemming. Frustrerend!

Maar… ik durf te zeggen dat het sinds een paar jaar beter met me gaat op dat vlak. Niet perfect hoor, zeker niet. Maar absoluut beter.
Wat me erg geholpen heeft, is dat ik inzicht kreeg in het waarom van te laat komen. Want zeggen dat laatkomers gewoon lui zijn, of dat ze niks geven om anderen, is echt te gemakkelijk. En blijkt ook niet te kloppen (gelukkig maar 😉 ).
Maar waar komt het dan wel door?

Een eerste aanwijzing vond ik in het woord ‘tidsoptimist’: een Zweedse benaming voor iemand die altijd te laat is, omdat diegene steevast denkt meer tijd over te hebben dan er in werkelijkheid nog is. That’s me! Je zou dus kunnen zeggen dat de tidsoptimist de tijd die verstrijkt dus onderschat.

Dat blijkt weer samen te hangen met bepaalde karaktereigenschappen. Psycholoog Robert Hogan liet in 1978 mensen precies 1 minuut naar een afbeelding kijken, en vroeg ze daarna hoe lang ze dachten dat het geduurd had. Extraverte mensen gokten dat ze echt wel langer dan een minuut naar het plaatje hadden gekeken, mensen die introvert waren schatten de duur juist een stuk korter dan een minuut in.
M.a.w. waar extraverte mensen tijdsduur overschatten (en dus altijd tijd over hebben), onderschatten introverte mensen tijdsduur (en komen daardoor altijd tijd tekort). Het verschil was 18 seconden op die ene minuut… dat bouwt zich gedurende een dag dus al snel op!

Er zijn nog meer persoonlijkheidskenmerken die een rol spelen. Aan chronisch te laat komen ligt, verrassend genoeg, eigenlijk een uit de bocht gevlogen drang naar efficiëntie ten grondslag. Véél te vroeg ergens zijn is tijdverspilling, dat vindt natuurlijk iedereen. Niemand wil standaard een half uur te vroeg op elke afspraak zijn. Een klein beetje vroeger zijn is juist wel prettig, en staat sjiek. Maar ergens daar tussenin loopt het bij de tidsoptimist dus mis.
Bij mij gaat dat als volgt: ik maak me op tijd klaar, en heb dan nog een paar minuten speling. Ik bedenk me dan dat ik in die tijd best nog even een ander klusje kan doen. Dat klusje duurt vervolgens altijd langer dan verwacht, zonder dat ik dat doorheb (want: onderschatting van de tijd…). Damn!
Telaatkomers zijn dan ook vaak typische multitaskers. En hoewel multitasking nog steeds een positieve bijklank heeft, blijkt het in de praktijk gewoon niet te werken: je aandacht verdelen over meerdere taken heeft doorgaans als belangrijkste resultaat dat geen enkele van die taken uiteindelijk heel goed uitgevoerd wordt.
En dan kom je dus ook nog te laat.

Ik vind het zelf ook niet erg als iemand anders wat later is. In Maastricht spreken we van het ‘Mestreechs keteerke’ (Maastrichts kwartiertje); het ligt dus ook wel in onze cultuur om niet teveel waarde te hechten aan punctualiteit. Ik begreep nooit wat er nu zo erg was aan wat later komen. Het zijn juist mensen die steeds echt veel te vroeg zijn, die me van m’n stuk brengen.
Maar een goede (en meer punctuele) vriendin legde me eens uit dat voor haar te laat komen eigenlijk een soort een statement is, dat jouw tijd blijkbaar meer waard is dan die van de ander. Een eye-opener voor mij.

Misschien ligt er onder dat onderschatten van de tijd ook wel een soort naïviteit. Het gevoel dat je alle tijd van de wereld hebt, en dat je eeuwig verder leeft. Dat is natuurlijk niet zo. Hoe je het ook wendt of keert, elke seconde die verstrijkt brengt je een seconde dichter bij het eind van je leven. Het klinkt misschien wat luguber, maar door hier af en toe bewust bij stil te staan ga je de tijd die je nog rest meer op waarde schatten.

Maar wat mij het meest geholpen heeft, is me bewust worden van alle bovenstaande factoren die in dit proces meespelen. Dat zijn elementen die deel uitmaken van mijn automatische piloot. Maar gelukkig kan ik ook overschakelen naar handmatige besturing, en van daar uit andere keuzes maken. Dat lukt natuurlijk niet altijd (even aan verwachtingsmanagement doen! 🙂 ), maar steeds vaker wel.

Ik zal altijd een tidsoptimist blijven. Maar ik hoef daar gelukkig niet mijn hele leven last van te houden!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *