In de flow – waarom je geen zelfvertrouwen nodig hebt

Enkele weken geleden deelde ik een videofragmentje waarin mijn tweejarige dochter moeiteloos rondliep met één van mijn paarden aan een nonchalant doorhangend touwtje achter zich aan. Voordat ik het wist werd dit filmpje tientallen keren gedeeld, en meer dan 5000 keer bekeken. Mensen spraken er vol bewondering over, “kijk dat kleine meisje daar lopen met dat paard van ruim 400 kg achter zich aan!”

Eén commentaar bleef me specifiek bij. Iemand die het filmpje deelde schreef: “Wat een zelfvertrouwen!” Op de een of andere manier klopte dat voor mij niet, al kon ik niet gelijk zeggen waarom. De gedachte die in me opkwam was: goh… heeft mijn dochter van twee inderdaad zelfvertrouwen? En wat interessanter is: heeft ze dat eigenlijk nodig?
En ik realiseerde me: nee, dat heeft ze niet nodig. Waarom niet? Om de eenvoudige reden dat het tegendeel van zelfvertrouwen voor haar nog niet bestaat. Dat moet ik denk ik even uitleggen.

Taal, en daarmee ook de manier waarop we in ons hoofd informatie verwerken, is een razend interessant fenomeen. Als we denken aan een woord, of dat woord lezen of horen, worden er in ons hersennetwerk automatisch allerlei daarmee verbonden concepten actief. Concepten die erop lijken, bijvoorbeeld. Maar ook juist tegengestelde concepten. Het woord zelfvertrouwen, het simpele feit dat dit woord bestaat, suggereert gelijk dat er ook een tegenovergestelde toestand bestaat: een gebrek aan zelfvertrouwen. Zelfwantrouwen.Klein meisje loopt rond met een paard aan een touw achter zich aan

Als ik naar mijn tweejarige dochter kijk die met dat paard achter zich aan rondstapt, dan lijken de concepten van zelfwantrouwen en – dus ook – zelfvertrouwen heel ver weg, zelfs irrelevant. Gewoon, niet van toepassing. ‘Vanzelfsprekend’ is de term die in mij opkomt. Ze is eigenlijk als een vis in het water. Een vis weet niet dat hij in water zwemt, hij weet zelfs niet wat water is: dat is er gewoon, altijd, van iets anders heeft hij geen weet. Dus het concept van water, en dat er ook niet-water bestaat, is hem onbekend.

Ze is eigenlijk als een vis in het water. Een vis weet niet dat hij in water zwemt, hij weet zelfs niet wat water is: dat is er gewoon, altijd, van iets anders heeft hij geen weet.

Deze toestand, als een vis in dat compleet vanzelfsprekende water, is lastig in taal te vatten. Wat denk ik het meest in de buurt komt is ‘flow‘; een zachte, gelijkmatige stroming in een bepaalde richting. Als je ‘in de flow zit’, dan doe je zonder moeite en zonder veel nadenken precies datgene wat het beste resultaat oplevert. Je bent gefocust op het proces, niet op het resultaat – en juist daardoor behaal je het beste resultaat. Misschien herken je deze toestand wel, bijvoorbeeld van tijdens het sporten, muziek luisteren of maken, tekenen, met je handen werken, een goed boek lezen of heel simpel het genieten van een lekker drankje op een terrasje met je geliefde in de avondzon: het is prettig, het gaat moeiteloos, het gaat als vanzelf goed.

Maar wat nu het lastige is van flow: zodra je gaat stréven naar datzelfde resultaat, ben je uit de flow! Want dan ben je erover aan het nadenken, verschuift je focus van het proces naar het begeerde resultaat, doe je moeite en… weg flow!
Deze paradox laat zich mooi vangen in het oud-Chinese concept Wu-wei: streven naar niet streven. Eigenlijk zijn alle dingen die er echt toe doen in het leven voorbeelden van wu-wei. Je wil graag gelukkig zijn, maar als je heel veel moeite aan het doen bent om je vooral maar steeds gelukkig te voelen, bén je het op dat moment niet. Je wil spontaan of ontspannen overkomen? Heel lastig als je daar erg je best voor moet doen, dan ben je dús niet spontaan en ontspannen. Überhaupt is gebleken dat moeite doen om gedachtes en gevoelens (zoals of je zelfvertrouwen voelt, of juist niet…) te veranderen compleet averechts werkt!
Zodra er anderen meespelen, wordt het verhaal nog lastiger. Je wil graag dat iemand van je houdt, maar hoe meer moeite je daarvoor doet, hoe slechter waarschijnlijk het resultaat. Je wil graag dat het paard vrijwillig en zonder moeite met je meeloopt, maar… aha!

Maar ja… is de oplossing dan dat je maar niks meer probeert? Hopend dat alles vanzelf gaat? Nee, gelukkig niet! Er zijn een aantal dingen die flow bevorderen.

1. Leef naar je persoonlijke waarden. Flow komt vaker als je iets doet wat je heel leuk of waardevol vindt, en/of waar je al goed in bent. Die dingen gaan vaak samen, omdat je meer bereid bent om te investeren in iets wat je leuk vindt.

2. Houd je aandacht in het hier en nu, laat je niet meevoeren door herinneringen uit het verleden of afleiden door gedachtes over de toekomst. Heel concreet betekent dat: focus op het proces, niet op de uitkomst. Dit is een vaardigheid, die je gelukkig kan leren.

Een klein meisje kust een paard op zijn neus

3. Dat houdt dan ook in dat je moet kunnen en durven accepteren dat het uiteindelijke resultaat deels buiten jouw controle ligt. Je hebt invloed op je eigen acties, maar geen controle over omstandigheden of acties van anderen!

4. Laat je zelfbeeld en je eigenwaarde niet afhangen van de uitkomst van wat je doet, of van (vermeende) oordelen van anderen. Je bent wie je bent, en dat is goed genoeg! Als iets je nu nog niet lukt, dan is dat zo. Dat zegt niks over jouw waarde als persoon, alleen dat je je skills nog verder kan ontwikkelen.

En met dit laatste punt kom ik weer terug bij het concept van zelfvertrouwen.
Want… als je datgene doet wat je graag doet, op de manier die past bij jouw persoonlijke kwaliteiten en waarden, zonder je druk te maken over het resultaat en wat dat resultaat zegt over jou als persoon…
Heb je dan nog zelfvertrouwen nodig?

 

Zelf kennismaken met onze paarden? Doe dan mee aan de eerstvolgende Paardencoaching Proeverij!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *